Dankzij de goede zorgen van yours truly en een nachtje welverdiende rust in mijn armen, voelt Thomas zich woensdagmorgen als herboren. De koorts is volledig verdwenen, en ondanks mijn bezwaren, beweert hij zelfs dat hij al fit genoeg is om te gaan werken. Omdat ik nu eenmaal een gehoorzame vrouw ben, wandel ik met hem mee tot aan zijn werk, voor ik in de metro spring naar de Hilton om mijn ouders op te pikken voor alweer een dagje Boston.
Van zodra we de kerk naderen, worden we aangeklampt door rekruteerders die nieuwe zieltjes willen winnen. We worden overstelpt met foldertjes, en ze nodigen ons vriendelijk uit om straks met zijn allen gezellig te gaan bidden. Euh... thanks but no thanks. Voor ze de kans krijgen om ons te brainwashen, vluchten we richting Newbury Street, de duurste winkelstraat van Boston. Hier installeren we ons op het terras van de Starbucks met een lekkere Strawberry Lemonade. Wanneer ik opmerk dat ze mij 50 cent te veel hebben aangerekend, bieden ze mij uitgebreid hun excuses aan én krijg ik zomaar twee bonnen voor een gratis drankje naar keuze bij mijn volgende bezoek.
Na het eten heeft mijn vader nood aan een middagdutje, en hiervan maken mijn moeder en ik dankbaar gebruik om eindelijk nog eens samen te gaan winkelen. We wandelen door de beroemde Saks Fifth Avenue, waar we al onze beste vriendjes terugvinden: Armani, Valentino, Versace, Gucci, Dolce and Gabbana, en nog een hele lijst couturiers waar ik nog nooit van gehoord heb. We snuffelen rond tussen de kledingrekken alsof we hier effectief thuishoren, en spelen een plezant spelletje: de prijskaartjes van de lelijkste handtassen zo nonchalant mogelijk bekijken, en doen alsof we niet gechoqueerd zijn over de prijs. “$3.500 voor een diarreebruine sjakosj? Ach, die krijg ik wel van Thomas voor onze anderhalfste trouwverjaardag.”
Wanneer de was bijna gedaan is, komt Thomas binnengestrompeld: hij is toch nog niet zo genezen als hij dacht, en wil zo snel mogelijk in zijn bed kruipen. Mijn ouders en ik keren op ons gemak terug naar Boston. We wandelen over de Esplanade, pikken een stukje mee van het gratis concert aan de Hatch Shell, en gaan dineren in ons favoriete stekje op Boylston Street. Daarna mag ik voor de derde keer deze zomer mijn ouders uitzwaaien: morgen zetten ze hun road trip verder richting Canada, maar deze keer zal het zonder mij zijn. Ik mag er niet aan denken in wat voor toestand ik Thomas zou aantreffen als ik hem twee volle weken alleen zou achterlaten. |
|||