Een van de favoriete tijdverdrijven aan MIT is tennis. Op de campus zijn er een vijftiental courts, en op zonnige avonden is er zelden een terrein beschikbaar. Van al dat kijken naar tennis, zou een mens zowaar zin krijgen om zelf eens een balletje te slaan. Op een druilerige vrijdag beslissen we dat we er lang genoeg over gepraat hebben: weer of geen weer, vanavond wordt er getennist. Aan de receptie van Tang verzekeren me dat ze over het nodige materiaal beschikken, en zo trekken Thomas en ik na zijn werk in volle sporttenue naar de front desk op zoek naar twee rackets en tennisballen. Al gauw blijkt echter dat er enkel badmintonrackets liggen, en dat het tennismateriaal spoorloos verdwenen is. Teleurgesteld druipen we af: ons tenniscarrière zal nog even moeten wachten.
Na lang twijfelen beslis ik om mijn comfort maar eens voor mijn trots te plaatsen, en ik kies het kindermodel. Aangezien mijn armspieren ongetwijfeld minder ontwikkeld zijn dan die van de gemiddelde twaalfjarige, is dit racket waarschijnlijk uiterst geschikt voor mij. We snellen naar huis, en kunnen niet wachten om elkaars talent op de court te meten. In het begin beschouwen we het als een succes als we de bal raken én over het net kunnen slaan, maar we worden al snel strenger voor onszelf. Na iets meer dan een uur spelen zijn we allebei kapot, maar we verkeren in de illusie dat we ondertussen een goede kans maken om Roger Federer in te maken. Dat gevoel wordt nog versterkt wanneer we kijken naar het geklungel van de twee sportievelingen naast ons: hun rackets blinken nog even hard als die van ons, maar zij slaan meer gaten in de lucht dan dat ze de bal raken.
Van de waanvoorstelling dat we er effectief iets van kunnen zijn we ondertussen wel al verlost. Nadat we enkele keren getennist hebben naast een stel specialisten die hun ballen dubbel zo hard sloegen als wij schoot er al niet veel meer over van ons initiële zelfvertrouwen, maar het is vooral onze poging om eens bovenhands te serveren die er voor gezorgd heeft dat we hebben moeten toegeven dat we nog maar beginnelingen zijn. Nadat we het gemak zagen waarmee onze buren opsloegen, hebben we ook eens geprobeerd om onze veilige onderhandse opslag te ruilen voor een stoere bovenhandse, maar het net en onze ego’s hebben hier geen deugd van gehad. Omdat het plezant moet blijven –en omdat we allebei niet tegen ons verlies kunnen- spelen we voorlopig nog niet voor punten, maar eerlijk is eerlijk: ik droog Thomas keer op keer af. |
|||
Er zijn geen zekerheden meer in het leven
Tijdens de al lang vervlogen jaren 2002-2003 leerde ik iemand kennen met het woord 'sport' op zo een raar lintje. De persoon in kwestie was wel heel snel in het verduidelijken dat dat woord niets wou zeggen, erger nog, het behoorde tot het arsenaal 'vuile woorden'.
6 jaar later... Er staan rare dingen op een blogje genaamd " Samen op stap"
Ik weet het nu wel zeker: "Tijden veranderen!"
Genoeg gegrit, ik vind het super dat jullie de geneugten van het tennis ontdekt hebben. Wij hebben dat trouwens ook gedaan. Ik kan zelfs met enige fierheid zeggen dat ik al prof geworden ben ondanks we nog maar begonnen zijn op 7 juni. Het prijzengeld valt wel dik tegen! Tot nu toe heb ik nog niets verdiend maar maar... ik kan jullie wel meedelen dat we (tot nu toe) nog geen kosten hebben gehad aan ons interieur.
De Wii, you've got to love it!