Na ons drukke weekendje New York, gunnen we onszelf een beetje tijd om te bekomen. Op dinsdagmorgen slapen we uit. Of beter gezegd: ik blijf tot ’s middags in bed liggen, terwijl Thomas en Harriet al een paar uur enthousiast Orken aan het afslachten zijn in World of Warcraft. Rond de middag gaan we met zijn drietjes naar de food court voor – u raadt het nooit- nog maar eens een bakje chicken teryjaki. In Boston is het vreemd genoeg een stuk warmer dan in New York. Terwijl we de voorbije dagen liepen te verkleumen in onze winterkleren, is het nu bijna te doen om zonder jas buiten te lopen.
Het is lang geleden dat ik in dit stuk van Boston van geweest ben, en ik vind het leuk om alle kleine kerkjes en historische gedenktekens terug te zien. Aan het oude stadhuis maakt Harriet net als onze eerdere bezoekers kennis met standbeeld van het ezeltje, en daarna gaan we in Faneuil Hall een koffietje drinken bij de Starbucks. Harriet is ondertussen al vijf dagen in de VS, en we waren er nog niet toe gekomen om bij de Starbucks binnen te wandelen. Stel je voor! Hoog tijd om daar verandering in te brengen.
We wandelen naar het water, en van op de pier bij het aquarium hebben we een mooi uitzicht over de luchthaven. De piloot in mijn gezelschap installeert zich onmiddellijk bij een van de grote metalen verrekijkers op de kade, om te kijken naar alles wat hier landt en opstijgt. We zien zowel kleine privétoestelletjes als grote lijnvluchten, en Harriet voorziet het hele gebeuren van de nodige uitleg. Ondertussen vinden we dat Thomas lang genoeg gewerkt heeft voor vandaag, en we beslissen om hem te gaan oppikken. Wanneer de Red Line even boven de grond komt op de Longfellow Bridge, zie ik na een lange, saaie winter, eindelijk de eerste witte zeilbootjes van het seizoen op de Charles. Nu kan de lente toch echt niet lang meer op zich laten wachten… |
|||