Thomas en ik mogen ons dan wel op ons gemak voelen in Boston, af en toe wordt toch pijnlijk duidelijk dat we nog altijd “fuh-nuhs” zijn (de lokale variant van “foreigners”). Je zou verwachten dat ik, als West-Vlaamse geen moeilijkheden heb met het inslikken van zo veel mogelijk letters, maar om een of andere reden blijft deBostonse tongval mij volledig vreemd. Ik blijf een Europeaanse die krampachtig probeert om haar Posh Brits accent, erfenis van vier jaar Germaanse, zo goed mogelijk te verbergen in de hoop dat ik niet word aanzien voor een omhooggevallen Red Coat. Meestal spreken Thomas en ik nog altijd Nederlands met elkaar, en we vinden het geweldig om weer onze eigen geheime taal te hebben. Jammer genoeg is ons Nederlands ondertussen zo bezoedeld met Engelse woorden (“Da’s heel convenient”, “Ik ben extremely moe”) en uitdrukkingen, of letterlijke vertalingen (“Dat maakt geen zin!”) en nonsenswoorden als “pinotenboter” (peanut butter, ofwel pindakaas). Daardoor is onze geheime taal vaak minder geheim dan we denken, en zeker minder Nederlands dan we hopen. Het grootste deel van de tijd hebben de Amerikanen gelukkig geen idee van wat we allemaal over hen zeggen. We kijken dan ook verbaasd op wanneer we in de Starbucks bij een potje koffie en een levendig gesprek worden onderbroken door een Amerikaan met de woorden “Sprechen sie Deutsch?”. Bijna...
Deze keer hebben evenwel te maken met een zestiger die een tijdje in Duitsland gestationeerd was, en Europa erg goed blijkt te kennen. Hij meende enkele Duitse woorden te herkennen, maar we moeten hem dus teleurstellen. Wanneer we zeggen dat we Belgjes zijn, wil hij onmiddellijk meer te weten komen over de politieke situatie in ons kleine landje. Hij blijkt extreem goed op de hoogte, en vraagt ons onder andere hoe wij denken over de verschillen tussen Vlamingen en Walen, en of wij ons bijvoorbeeld meer verwant voelen met de Nederlanders. Hij wil ook weten hoe wij de toekomst van Europa zien, hoe het Belgische onderwijssysteem in elkaar zit, en hoe dat “Socialist Capitalism” nu eigenlijk werkt.
Als ik op de bus, in de bibliotheek, of in de winkel mijn beste Amerikaans probeer boven te halen, hebben de meesten snel door dat ik niet van Boston afkomstig ben, maar ze hebben er geen idee van waar ze mij dan wel moeten situeren. Iemand vroeg of ik afkomstig was uit Ierland, en iemand anders vond dat mijn accent Canadees klinkt. Als ik mijn nationaliteit onthul, knikken de meesten overdreven met hun hoofd in de hoop dat ik niet doorheb dat ze nog nooit van België gehoord hebben. Eén iemand reageerde verbaasd “Oh, do they speak English in Belgium?”. Die keer bedacht ik trots dat ik toch wel veel geleerd heb sinds ik hier de eerste keer een koffietje probeerde te bestellen.
Ik wou dat ik een foto had van haar blik die hierop volgde. |
|||
Hilarisch! Way to go,
Hilarisch!
Way to go, Annelies! Vele groetjes, Sarah
ahum
Psssst, je bent nog maar net ginder eh Annelies, je moet niet alle Amerikaanders tegen jou in het harnas beginnen jagen eh ;)
Als zou ik de blik van die vriendelijke jongedame ook wel willen zien hebben ;)
Volgende keer fototoestel in de aanslag als je je mond open doet ;)
Groetjes,
Akke
Per ongeluk
Maar het was helemaal niet opzettelijk. Het was eruit voor ik het wist...
Ik probeer mij aan te passen aan de plaatselijke gebruiken, en het is hier nu eenmaal de gewoonte om een compliment te beantwoorden met een compliment.
Ik heb duidelijk toch nog een lange weg te gaan.