Woensdag is de dag waarop mijn ouders al weer afscheid moeten nemen van Stockholm en van mij, en voor Thomas is het de belangrijkste dag van ons verblijf in Zweden. Vandaag mag hij namelijk zijn werk gaan voorstellen in een auditorium vol kritische wetenschappers. Omdat hij zijn presentatie graag nog een laatste keer wil oefenen, schopt hij mij schandalig vroeg uit bed om testpubliek te spelen. Terwijl ik probeer om mijn ogen open te houden, legt Thomas uit waarom hij de beste promotorpredictieprogrammaevaluatiemethode ter wereld heeft en ik geloof alles wat hij mij vertelt.
Na een korte wandeling op Södermalm, keren we terug naar Gamla Stan. Aan het koninklijk paleis staat verdacht veel volk: we zijn hier blijkbaar net op tijd voor de wissel van de wacht. We zoeken een plaatsje op de eerste rij, en kijken hoe de groep wachters voor het koninklijk paleis steeds groter wordt. Ze zijn allemaal gekleed in een felblauw kostuum, en op hun hoofd dragen ze een vervaarlijk uitziende helm met een gigantische piek. Tegen de muur van het paleis, stellen ze zich op in een strakke formatie. We bereiden ons voor op een spektakel vol machtsvertoon...
Terwijl ik aan het bekomen ben van het lachen, krijg ik eindelijk het verlossende telefoontje waarop ik aan het wachten was: Thomas heeft zijn presentatie overleefd, en er waren zelfs mensen geïnteresseerd in zijn werk. Opdracht volbracht.
Mijn ouders lachen mijn twijfels weg: volgens hen is het statistisch gezien zo goed als onmogelijk dat ik twee keer op dezelfde plaats bescheten word. Toch is mijn moeder –die zelf al verschillende keren het slachtoffer is geworden van overvliegende vogels met darmproblemen– duidelijk niet op haar gemak: ze springt verschrikt op bij elke vogel die iets te dicht in haar buurt komt. We genieten van onze laatste momenten samen, wetend dat we elkaar deze keer niet lang zullen moeten missen: over een paar weken zie we elkaar al terug aan de andere kant van de oceaan. |
|||